Kenners van zijn werk zeggen dat de oorlog zijn werk heeft
beïnvloed; dat hij fantasie zag als een ontsnapping aan
de vreselijke realiteit van fabrieken, machines, pistolen
en bommen van de twintigste eeuw.
Tolkien had nooit verwacht dat zijn boeken populair zouden
worden bij het grote publiek. Hij schiep de wereld van Midden-aarde
(Middle-earth) als de verklaring voor de talen die ontwierp.
Door tussenkomst van een voormalige student, publiceerde hij
De Hobbit (The Hobbit) (1937), een boek dat hij voor zijn
eigen kinderen had geschreven. Hoewel het boek was bedoeld
voor kinderen, werd het ook door volwassenen gelezen. Het
was zelfs zo populair dat de uitgever (Allen & Unwin)
Tolkien vroeg een vervolg te schrijven.
Dit moedigde hem aan zijn beroemdste werk te schrijven, het
epische, uit drie delen bestaande In de ban van de ring (The
Lord of the Rings (1954-1955), wat de Encyclopaedia Britannica
als richly inventive omschreef. Het schrijven van dit epische
werk nam bijna tien jaar in beslag, een periode waarin hij
onophoudelijk werd gesteund door de Inklings en zijn dierbaarste
vriend, C.S. Lewis.
Tolkien dacht eerst dat The Lord of the Rings, net als The
Hobbit, weer een kinderboek zou worden, maar het groeide snel
uit tot een donkerder en serieuzer werk. Hoewel het een direct
vervolg op The Hobbit was, was het voor een veel ouder publiek
bedoeld, gebaseerd op het immense achtergrondverhaal van Midden-aarde.
The Lord of the Rings werd ontzettend populair onder studenten
in de jaren '60 en is sindsdien populair gebleven. Het werd
al spoedig in veel talen vertaald, waaronder het Nederlands,
maar ook in het Esperanto.
The Lord of the Rings was, afgemeten zowel aan verkoopcijfers
als aan onderzoek onder lezers, een van de populairste boeken
van de twintigste eeuw. De invloed van Tolkien is duidelijk
te zien in het fantasy-genre dat tot bloei kwam na het succes
van The Lord of the Rings. Het verhaal is twee keer verfilmd,
vanaf 1978, gedeeltelijk door Ralph Bakshi, en in 2001-2003
door Peter Jackson.
Zijn hele leven bleef hij werken aan de geschiedenis van
Midden-aarde. Uit dit werk werd, na zijn dood, door zijn zoon
Christopher Tolkien en fantasy-auteur Guy Gavriel Kay, de
Silmarillion samengesteld, dat in 1977 werd gepubliceerd.
Christopher Tolkien publiceerde in de daaropvolgende jaren
veel achtergrondmateriaal over de schepping van Midden-aarde,
beginnend met Unfinished Tales (1980), The Letters of J.R.R.
Tolkien (1981), en een verzameling essays, The Monsters and
the Critics (1983), en diverse delen in de serie The History
of Middle-Earth.
Zijn fascinatie voor linguïstiek inspireerde hem tot
het ontwerpen van verschillende kunsttalen (waarvan Quenya
en Sindarin, de Elfentalen uit In de Ban van de Ring, de bekendste
zijn). Hij was bekend met Esperanto, dat hij leerde op 17-jarige
leeftijd. Hoewel hij niet beweerde een Esperantist te zijn,
stond hij bekend als een promotor ervan.
Hij heeft ook essentiële bijdragen geleverd over Beowulf
en Sir Gawain and the Green Knight. Hij was lid van de literaire
discussiegroep The Inklings, en was hecht bevriend met C.S.
Lewis.
|