Het
woord engel stamt af van het Latijnse angelus, wat zelf afgeleid
is van het Griekse ángelos, wat allebei "boodschapper"
betekent. Het Hebreeuwse woord voor engel is mal'ach, en dat
betekent ook "boodschapper".
Engelen worden over het algemeen afgebeeld als wezens met
vleugels, terwijl er in de bijbel en in joodse geschriften
nooit over engelen met vleugels gesproken wordt. Dit in tegenstelling
tot de cherubs of cherubijnen, hemelse wezens die expliciet
als gevleugeld worden beschreven, en serafijnen, die zes vleugels
hebben. In oosterse religies als het boeddhisme is er een
divers beeld van engelen, die veel verschillende verschijningsvormen
kunnen hebben, en soms ook verschijnen in de vorm van 'licht'.
Niet alleen in bijbelse tijden was er sprake van engelen.
Ook heden zijn er mensen die beweren dat ze in contact gekomen
zijn met engelen, vaak in levensbedreigende situaties waaruit
ze op wonderlijke wijze gered werden. Hierover zijn al vele
boeken met verhalen verschenen. De verschijning van engelen
wordt meestal als ontzagwekkend en overweldigend voor de menselijke
toeschouwers beschreven.